Johanna's hoop (kortverhaal)

Gepubliceerd op 11 januari 2019 om 11:35

Johanna staarde wezenloos naar haar ontbijt. Ze begreep er geen snars van. God, wat wilde ze terugkeren naar die eerste dag. Toen was alles perfect. Nu was alles kapot. Ze had hem er over aangesproken.
Ze had geschreeuwd. Ze had nog beter haar best gedaan. Niets hielp. Tijdens haar zwangerschap kon ze nog begrijpen dat hij zijn heil elders zocht. Dat fluisterden haar vertrouwelingen haar alleszins toe. Dat het normaal was dat haar echtgenoot het gezelschap van andere vrouwen verkoos, terwijl zij kotsmisselijk zijn kind in haar buik meezeulde. Alsof ze plots geen vrouw meer was en geen verlangens meer had.
Nu was ze niet zwanger. Toch had hij een nieuwe vrouw in zijn vizier. Die heks, die zich zoetsappig glimlachend tussen haar hofdames nestelde. Een dezer dagen krabde ze die glimlach eigenhandig van haar gezicht. Haar wrede gedachten werden opgeschrikt door voetstappen in de gang.

Bedienden openden de zware eiken deuren van de eetzaal voor de tweede keer vandaag. Hij schreed binnen, met een onschuldige grijns op zijn engelachtige gezicht.
Hoewel razernij haar vanbinnen verteerde, bracht die aanblik nog iets anders bij haar teweeg.
Haar kwaadheid kon niet voorkomen dat haar hart sneller sloeg. Voor haar was er niets veranderd sinds die fantastische eerste ontmoeting. Hij had haar het gevoel gegeven dat ze de mooiste vrouw ter wereld was. Dat ze de enige vrouw was die er voor hem toe deed. Ze consummeerden hun huwelijk al de dag voor het plaatsvond, zo verliefd waren ze. Intussen wist ze dat er geen grotere leugen bestond. Toch keek hij nu ook zo naar haar. 

‘Dag liefste,’ glimlachte hij ondeugend, terwijl hij zich neervlijde  tegenover haar.
Loop naar de maan met je liefste, dacht Johanna. Je stinkt  nog naar die sloerie.
Toch deden zijn woorden haar hart een slagje overslaan.
‘Waarom zeg je niets?’
‘Je weet waarom ik niks zeg,’ snauwde ze, harder dan ze bedoelde.
Ze had haar emoties niet onder controle. Haar vader pakte haar er al over aan.
Haar gedrag betaamde een koningin niet. Op Filips gedrag had niemand iets aan te merken.
‘Gaan we weer die toer op?’ zuchtte Filips, alsof ze een kind was dat zeurde om een snoepje.
‘Ja!’ schreeuwde ze. ‘Die blijven we opgaan totdat jij die hoeren links laat liggen!’
De glazen trilden onheilspellend op de tafel. De bedienden stonden stoïcijns  naast de deuren van de eetzaal. Ze waren dit soort discussies intussen gewend.
‘Let op je taal, Jo. Zo spreek je niet tegen me. Ik ben hier de koning.’
‘En ik koningin. Moet ik je eraan herinneren dat die kroon op je hoofd staat dankzij mij?’
Filips grijns maakte plaats voor een vijandige grimas.
‘Jij moet je plaats kennen. Ik doe wat ik wil. Basta.’

Johanna’s kwaadheid maakte plaats voor een intens verdriet. Zijn woorden sneden onverbiddelijk door haar hart. Hij had evengoed een mes in haar rug kunnen steken. Ze probeerde haar verdriet te verbijten, maar kon niet voorkomen dat de tranen over haar gezicht liepen. Filips gezicht verzachtte ook.
‘Toe, niet huilen,’ suste hij, terwijl hij naar haar toeliep. Zijn vingers streken over haar wang en vaagden de beschuldigende tranen weg. Ze wilde hem slaan, krabben, bijten.
In plaats daarvan liet ze zich troosten. Haar snikkende lichaam viel in zijn liefkozende armen.
Ze voelde zijn lippen haar voorhoofd beroeren.
‘Waarom hou je niet van me?’ vroeg ze radeloos.
Filips lichaam verstarde. Met een vinger liftte hij haar kin op. Zijn diepblauwe ogen keken diep in de hare.
‘Ik hou wel van je. Meer dan van het leven zelf. Dat weet je.’
Een rilling trok tot diep in haar ruggengraat. Ze was als was in zijn handen. Dat wist hij.
Maar ze was nog niet klaar om de strijd op te geven. Gelukkig stond de kamer vol bedienden.
Anders had deze ruzie vast een andere wending gekregen.
‘Waarom ben ik niet genoeg? Waarom kwets je me telkens opnieuw?’
Filips zuchtte en krabde vertwijfelde door zijn blonde krullen. Zijn prachtige haar, waar haar vingers in verdwaalden wanneer hij ‘s nachts in haar bed lag. Helaas waren de hare niet de enige die dat parcours aflegden.
‘Je begrijpt het niet.’
‘Nee,’ bevestigde ze. ‘Leg het me uit. Zeg me wat ik moet doen. Ik doe alles wat je wil.’
Filips keek haar aan met een ongemakkelijke blik in zijn ogen. 
‘Ik heb een bespreking met de kroonraad. Ik kom straks naar je toe, goed?’ zei hij, alvorens een vluchtige kus op haar lippen te drukken. Ze wilde hem naar zich toetrekken, hem verhinderen van haar te verlaten. Maar ze kon hem niet tegenhouden. Ze kon enkel toekijken hoe hij zich van haar losmaakte en de eetzaal verliet. Ze voelde hoe ze geen lucht kreeg. Ze greep naar haar maag en krimpte in elkaar.
Ze wist al hoe de rest van de dag zou verlopen. Ze zou de hele dag op hem wachten.
Dan kwam hij naar haar vertrekken. Of niet. Ze bedreven de liefde. Ze kreeg terug hoop. De volgende dag begon het spelletje opnieuw. Kon ze hem maar opsluiten in die kamer. Kon ze hem maar afsluiten van alle verleidingen die de buitenwereld bood. Ze kon dit niet meer. Niemand was bereid haar te helpen. Ze kon niemand vertrouwen. Filips niet, haar vader niet. Zeker haar zogenaamde vriendinnen niet.
Als het zo verder ging, werd ze nog gek.  



«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.