Johanna's hoop

Johanna's hoop

Johanna staarde wezenloos naar haar ontbijt. Ze begreep er geen snars van. Ze hadden het toch goed samen? God, wat wilde ze terugkeren naar die eerste dag. Toen was alles perfect. Nu was alles kapot. Ze had hem er over aangesproken. Ze had geschreeuwd. Ze had nog beter haar best gedaan. Niets hielp. Toen ze zwanger was, kon ze ergens nog begrijpen dat hij zijn heil elders zocht. Dat fluisterden haar vertrouwelingen haar alleszins geruststellend toe. Dat het normaal was dat haar echtgenoot het gezelschap van andere vrouwen verkoos, terwijl zij kotsmisselijk zijn kind in haar buik meezeulde.
Alsof ze plots geen vrouw meer was en geen verlangens meer had.
Nu was ze niet zwanger. Toch had hij weer een nieuwe vrouw in zijn vizier. Die heks, die zich zoetsappig glimlachend tussen haar hofdames nestelde. Een dezer dagen krabde ze die glimlach eigenhandig van haar gezicht. Haar wrede gedachten werden opgeschrikt door voetstappen in de gang.
Bedienden openden de zware eiken deuren van de eetzaal voor een tweede keer vandaag. Hij schreed binnen, met een onschuldige grijns op zijn engelachtige gezicht.
Hoewel razernij haar vanbinnen verteerde, bracht die aanblik nog iets anders bij haar teweeg. Hoe boos ze ook was, haar hart ging nog steeds sneller slaan. Voor haar was er niets veranderd sinds die fantastische eerste ontmoeting. Hij had haar het gevoel gegeven dat ze de mooiste vrouw ter wereld was. Dat ze de enige vrouw was die er voor hem toe deed. Ze consummeerden hun huwelijk al de dag voor het plaatsvond, zo verliefd waren ze. Hoewel ze wist dat er geen grotere leugen bestond, toch was er niets veranderd in zijn blik. 

‘Dag liefste.’ Hij grijnsde ondeugend, terwijl hij zich neervleide op de stoel tegenover haar.
Loop naar de maan met je liefste, dacht Johanna. Je stinkt nog naar die sloerie. Toch deden zijn woorden haar hart een slag overslaan.
‘Waarom zeg je niets?’
‘Je weet waarom,’ snauwde ze, harder dan ze bedoelde.
Ze had haar emoties niet onder controle. Haar vader had er haar al over aangepakt. Haar gedrag betaamde een koningin niet. Op Filips gedrag had niemand iets aan te merken.
‘Gaan we weer die toer op?’ zuchtte Filips, alsof ze een kind was dat zeurde om een snoepje.
‘Ja!’ schreeuwde ze. ‘Die blijven we opgaan tot jij die hoeren links laat liggen!’
De glazen trilden onheilspellend na op de tafel. De bedienden stonden stoïcijns in de haak naast de deuren van de eetzaal. Ze waren dit soort discussies intussen gewend.
‘Let op je taal, Jo. Zo spreek je niet tegen me. Ik ben hier de koning.’
‘En ik koningin. Moet ik je eraan herinneren dat die kroon op je hoofd staat dankzij mij?’
Filips grijns maakte plaats voor een vijandige grimas.
‘Jij moet je plaats kennen. Ik doe wat ik wil. Basta.’

Johanna’s kwaadheid maakte plaats voor een intens verdriet. Zijn woorden sneden onverbiddelijk door haar hart. Hij had evengoed een mes in haar rug kunnen steken. Ze probeerde haar verdriet te verbijten, maar kon niet voorkomen dat de tranen over haar gezicht liepen. Filips gezicht verzachtte ook.
‘Toe, niet huilen,’ suste hij, terwijl hij naar haar toeliep. Zijn vingers streken over haar wang en vaagden de beschuldigende tranen weg. Ze wilde hem slaan, krabben, bijten. In plaats daarvan liet ze zich troosten. Haar snikkende lichaam viel in zijn liefkozende armen. Zijn lippen beroerden haar voorhoofd.
‘Waarom hou je niet van me?’ vroeg ze radeloos.
Filips lichaam verstarde. Met een vinger liftte hij haar kin op. Zijn diepblauwe ogen keken diep in de hare.
‘Ik hou wel van je. Meer dan van het leven zelf. Dat weet je.’
Een rilling trok tot diep in haar ruggengraat. Ze was als was in zijn handen. Dat wist hij.
 Gelukkig stond de kamer vol bedienden. Anders had deze ruzie vast een andere wending gekregen.
‘Waarom ben ik niet genoeg? Waarom kwets je me telkens opnieuw?’
Filips zuchtte en krabde vertwijfeld door zijn blonde krullen. Zijn prachtige haar, waar haar vingers in verdwaalden wanneer hij ‘s nachts in haar bed lag. Helaas waren de hare niet de enige handen die dat parcours aflegden.
‘Je begrijpt het niet.’
‘Nee,’ bevestigde ze. ‘Leg het me uit. Zeg wat ik moet doen. Ik doe alles wat je wil.’
Filips keek haar aan met een ongemakkelijke blik in zijn ogen. 
‘Ik heb een bespreking met de kroonraad. Ik kom straks naar je toe, goed?’ zei hij, alvorens een vluchtige kus op haar lippen te drukken. Ze wilde hem naar zich toetrekken, hem verhinderen haar te verlaten. Ze kon hem niet tegenhouden. Ze kon enkel toekijken hoe hij zich van haar losmaakte en de eetzaal verliet.
Ze kreeg geen lucht. Ze greep naar haar maag en zakte in elkaar.
Het verloop van de dag was bekend. Ze zou de hele dag op hem wachten. Dan zou hij naar haar vertrekken komen. Of niet. Ze zouden de liefde bedrijven. Ze zou terug hoop krijgen. De volgende dag begon het spelletje opnieuw. Kon ze hem maar opsluiten in die kamer. Kon ze hem maar afsluiten van alle verleidingen die de buitenwereld bood. Ze kon dit niet meer.
Niemand was bereid haar te helpen. Ze kon niemand vertrouwen. Filips niet, haar vader niet. Zeker haar vriendinnen niet. Als het zo verder ging, werd ze nog gek.  

De echte Johanna
Johanna van Castilië blijft een tragische figuur die tot mijn verbeelding spreekt. Daarom schreef ik een kortverhaal over haar tragische leven.

Johanna van Castilië dacht dat ze het groot lot won met haar gearrangeerde huwelijk met Filips De Schone.  Ze had meteen een coup de foudre bij hun huwelijk. het sprookjesachtige Lier zat daar vast voor iets tussen. Filips was ook enthousiast over zijn Spaanse schone, maar nu ook weer niet zo enthousiast dat hij er zijn liberale bestaan voor wilde opgeven. Iets wat ons Jo maar moeilijk kon verkroppen. In plaats van zich te schikken in haar rol van volgzame echtgenote, moest het koninklijke servies eraan geloven. Doelwit: het hoofd van hare Filips. Als dat nog niet genoeg entertainment was voor de hovelingen, werd de coupe van zijn minnaressen door haar persoonlijk onder handen genomen in de troonzaal. Na zijn dood weigerde ze zijn lijk op te geven. Daden die haar de bijnaam 'Johanna de waanzinnige' opleverden. Of 'la folle d'amour', zoals ze de Europese geschiedenis inging.

 

Johanna's hoop

Johanna staarde wezenloos naar haar ontbijt. Ze begreep er geen snars van. Ze hadden het toch goed samen? God, wat wilde ze terugkeren naar die eerste dag. Toen was alles perfect. Nu was alles kapot. Ze had hem er over aangesproken. Ze had geschreeuwd. Ze had nog beter haar best gedaan. Niets hielp. Toen ze zwanger, kon ze ergens nog begrijpen dat hij zijn heil elders zocht. Dat fluisterden haar vertrouwelingen haar alleszins geruststellend toe. Dat het normaal was dat haar echtgenoot het gezelschap van andere vrouwen verkoos, terwijl zij kotsmisselijk zijn kind in haar buik meezeulde.
Alsof ze plots geen vrouw meer was en geen verlangens meer had. Maar nu was ze niet zwanger. Toch had hij weer een nieuwe vrouw in zijn vizier. Die heks, die zich zoetsappig glimlachend tussen haar hofdames nestelde. Een dezer dagen krabde ze die glimlach eigenhandig van haar gezicht. Haar wrede gedachten werden opgeschrikt door voetstappen in de gang.
Bedienden openden de zware eiken deuren van de eetzaal voor een tweede keer vandaag. Hij schreed binnen, met een onschuldige grijns op zijn engelachtige gezicht.
Hoewel razernij haar vanbinnen verteerde, bracht die aanblik nog iets anders bij haar teweeg. Hoe boos ze ook was, toch ging haar hart nog steeds sneller slaan. Voor haar was er niets veranderd sinds die fantastische eerste ontmoeting. Hij had haar het gevoel gegeven dat ze de mooiste vrouw ter wereld was. Dat ze de enige vrouw was die er voor hem toe deed. Ze consummeerden hun huwelijk al de dag voor het plaatsvond, zo verliefd waren ze. Hoewel ze wist dat er geen grotere leugen bestond, toch keek hij nu ook zo naar haar. 

‘Dag liefste,’ glimlachte hij ondeugend, terwijl hij zich neervleide op de stoel tegenover haar.
Loop naar de maan met je liefste, dacht Johanna. Je stinkt waarschijnlijk nog naar die sloerie. Toch deden zijn woorden haar hart een slag overslaan.
‘Waarom zeg je niets?’
‘Je weet waarom ik niks zeg,’ snauwde ze, harder dan ze bedoelde.
Ze had haar emoties niet onder controle. Haar vader had er haar al over aangepakt.
Haar gedrag betaamde een koningin niet.
Op Filips gedrag had echter niemand iets aan te merken.
‘Gaan we weer die toer op?’ zuchtte Filips, alsof ze een kind was dat zeurde om een snoepje.
‘Ja, we gaan weer die toer op!’ schreeuwde ze nu. ‘Die blijven we opgaan totdat jij die hoeren links laat liggen!’
De glazen trilden onheilspellend na op de tafel. De bedienden stonden stoïcijns in de haak naast de deuren van de eetzaal. Ze waren dit soort discussies intussen gewend.
‘Let op je taal, Jo. Zo spreek je niet tegen me. Ik ben hier de koning.’
‘En ik koningin. Moet ik je eraan herinneren dat die kroon op je hoofd staat dankzij mij?’
Filips grijns maakte plaats voor een vijandige grimas.
‘Jij moet je plaats kennen. Ik doe wat ik wil. Basta.’

Johanna’s kwaadheid maakte plaats voor een intens verdriet. Zijn woorden sneden onverbiddelijk door haar hart. Hij had evengoed een mes in haar rug kunnen steken.
Ze probeerde haar verdriet te verbijten, maar kon niet voorkomen dat de tranen over haar gezicht liepen. Filips gezicht verzachtte ook.
‘Toe, niet huilen,’ suste hij, terwijl hij naar haar toeliep. Zijn vingers streken over haar wang en vaagden de beschuldigende tranen weg. Ze wilde hem slaan, krabben, bijten.
In plaats daarvan liet ze zich troosten. Haar snikkende lichaam viel in zijn liefkozende armen. Ze voelden zijn lippen haar voorhoofd beroeren.
‘Waarom hou je niet van me?’ vroeg ze radeloos.
Filips lichaam verstarde. Met een vinger liftte hij haar kin op. Zijn diepblauwe ogen keken diep in de hare.
‘Ik hou wel van je. Meer dan van het leven zelf. Dat weet je.’
Een rilling trok tot diep in haar ruggengraat. Ze was als was in zijn handen. Dat wist hij.
Maar ze was nog niet klaar om de strijd op te geven. Gelukkig stond de kamer vol bedienden. Anders had deze ruzie vast een andere wending gekregen.
‘Waarom ben ik dan niet genoeg? Waarom kwets je me telkens opnieuw?’
Filips zuchtte en krabde vertwijfelde door zijn blonde krullen. Zijn prachtige haar, waar haar vingers in verdwaalden wanneer hij ‘s nachts in haar bed lag. Helaas waren de hare niet de enige handen die dat parcours aflegden.
‘Je begrijpt het niet.’
‘Nee,’ bevestigde ze. ‘Leg het me dan uit. Zeg me wat ik moet doen. Ik doe alles wat je wil.’
Filips keek haar aan met een ongemakkelijke blik in haar ogen. Ze wist nu al hoe dit gesprek zou eindigen. Zoals het altijd eindigde.
‘Ik heb een bespreking met de kroonraad. Ik kom straks naar je toe, goed?’ zei hij, alvorens een vluchtige kus op haar lippen te drukken. Ze wilde hem naar zich toetrekken, hem verhinderen van haar te verlaten. Maar ze kon hem niet tegenhouden. Ze kon enkel toekijken hoe hij zich van haar losmaakte en de eetzaal verliet.
Ze voelde hoe ze geen lucht kreeg. Ze greep naar haar maag en krimpte in elkaar.
Ze wist al hoe de rest van de dag zou verlopen. Ze zou de hele dag op hem wachten.
Dan zou hij naar haar vertrekken komen. Of niet. Ze zouden de liefde bedrijven. Ze zou terug hoop krijgen. En de volgende dag begon het spelletje opnieuw. Kon ze hem maar opsluiten in die kamer. Kon ze hem maar afsluiten van alle verleidingen die de buitenwereld bood.
Ze kon dit niet meer. En niemand was bereid haar te helpen. Ze kon niemand vertrouwen. Filips niet, haar vader niet. Zeker haar vriendinnen niet.
Als het zo verder ging, werd ze nog gek.  


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.