De tinderdate

Viktor luisterde gespannen naar het wegstervende tikken van zijn afslaande motor. Langzaam haalde hij zijn klamme handen van zijn stuur en veegde ze af aan zijn broek. In de achteruitkijkspiegel bekeek hij zijn perfect gemodelleerde kapsel. Hij was er bijna een kwartier aan bezig geweest. Hij opende het autoportier en haalde het opgevouwen briefje met het adres uit zijn achterzak. Hij had het adres ook opgeslagen op zijn telefoon, maar om het zekere voor het onzekere te nemen had hij het ook opgeschreven. Hij was als de dood om te laat te komen. Hij nam een parkeerticket en speurde de omgeving af.

Op de hoek van de parking zag hij precies wat hij zocht, een stalletje met bloemen. Hij kon toch niet met lege handen opdagen? Hij schuifelde in de richting van het kraampje en liet zijn ogen over de boeketten dwalen. Hij had geen idee wat er in de smaak zou vallen. Wat wist hij eigenlijk af van bloemen? Lang tijd om te twijfelen kreeg hij niet. De verkoopster schoot op hem af als een kanonskogel die gelanceerd wordt.

‘Goedenavond, meneer,’ zei ze met een sterk Zuiders accent. ‘Waar kan ik u mee helpen?

‘Eh… Ik weet het eigenlijk niet zo goed.’

‘Is het voor uw moeder?’

Viktor schudde zijn hoofd.

‘Uw vriendin?’

Hij wist niet goed wat hij daarop moest zeggen. Zijn vriendin was ze niet, maar hij wilde wel indruk maken op haar. Hij maakte een aarzelend gebaar. ‘Niet echt…’

De donkere ogen van de vrouw glinsterden. Haar vele armbanden rinkelen terwijl ze haar armen kruiste en me grijnzend aanstaarde. ‘Aha, ik ziet het al. Een jongedame! Met rode rozen zit u altijd goed.’

Viktor staarde opgelaten naar de immense zee rozen. Hij twijfelde. Was dat niet heel erg cliché? Zijn oog viel op een bescheiden, maar fleurig boeketje geel-oranje tulpen. ‘Die,’ zei hij, plots zonder aarzelen. Rozen waren in zijn ogen iets wat hij aan zijn moeder zou geven. Hij wilde wat origineler uit de hoek komen.

De vrouw bekeek hem met een zuinig mondje en reikte naar het boeketje tulpen. Hij begreep meteen waarom wanneer hij het prijskaartje zag, dat de helft bedroeg van dat van een boeket rozen. Hij reikte haar het bankbiljet aan, dat ze snel in haar weelderige boezem stopte, alvorens zich tot de volgende klant te richten. Pas toen viel hem de tatoeage van een klein draakje boven haar linkerborst op.

Hij sloeg gegeneerd zijn ogen neer en keek op het briefje. De Floralialaan. Als hij het goed had, was het ongeveer tien minuten wandelen vanaf deze parking. Hij stopte het briefje weer in zijn achterzak en ging op pas, met het boeket in zijn hand.

Zodra hij de eerste zijstraat insloeg, stak er een kille wind op. De dunne polo die hij had aangetrokken, stond hem goed, maar was niet voorzien op koud weer. Integendeel, de stof had de neiging in vlekken te trekken bij regenweer. Viktor keek bezorgd naar het dikke pak donkergrijze wolken dat zich boven zijn hoofd verzamelde. Hadden ze op het weerbericht niet gezegd dat het droog zou blijven?

Hij stapte haastig verder, terwijl hij zich probeerde te oriënteren. Was het nu de derde of de vierde zijstraat links? Hij speurde de omgeving af, de eerste druppels ontsnapten uit het wolkendek. Hij schakelde een versnelling hoger, misschien zou het niet al te hard regenen en geraakte hij droog ter plaatse.

De moed zonk hem in de schoenen wanneer een groot park zich voor hem uitstrekte. ‘Als je aan het park komt, ben je te ver,’ had ze duidelijk in haar bericht gezegd. In een hoge boom tegenover hem zat een uiltje, dat hem even spottend aankeek en vervolgens zijn hoofd in de andere richting draaide.

Nu gingen de hemelsluizen helemaal open. Viktor begon terug te hollen en sloeg de straat in, waarvan hij hoopte dat die de juiste was. Op de hoek staat een levensgroot standbeeld van een naakte dame, had ze gezegd. Dat leek te kloppen, voor zover Viktor iets kon zien doorheen de muur van water die vanuit zijn haar over zijn gezicht stroomde. De meegespoelde gel irriteerde zijn ogen.

De wolkbreuk verdween even snel als hij gekomen was. De zon brak door de wolken en verjoeg de regendruppels. Viktor veegde het natte haar uit zijn ogen, dat als een spinnenweb op zijn voorhoofd bleef kleven. Daar ging zijn zorgvuldig voorbereidde kapsel.

Hij bekeek het verwaterde papiertje in zijn achterzak. Huisnummer 42. Hij bekeek het huis recht tegenover hem, dat het juiste nummer droeg. Klimop slingerde zich langs de roodbruine gevel omhoog. De zon weerkaatste op de groene luiken naast de ramen. Een dikke, rosse kat verscheen vanuit de struiken en wreef zich tegen zijn benen. Hij aaide kort het dier, dat al even klef aanvoelde als hijzelf en volgde het naar de voordeur.

Hij wierp een korte blik op het boeket in zijn hand voor hij aanbelde. De tulpen lieten hun kopjes beteuterd naar beneden hangen. In het raam ving hij een glimp op van zichzelf. Hij zag eruit als een verzopen waterkuiken.

Gestommel op de trap weerklonk, alvorens de deur open zwaaide. Stuntelig hield hij het boeket voor zich uit, in de hoop zo de vlekken op zijn polo wat te maskeren.

‘Wat moet je?’ klonk een zware, doorrookte stem vanuit de deuropening.

Viktor keek op. De dame leek als twee druppels water op haar profielfoto, van twintig jaar geleden. Ze had hetzelfde roodbruine haar en een neus vol zomersproeten, maar deze dame kon onmogelijk zesentwintig zijn, zoals ze zich had voorgedaan tijdens hun gesprekken. Bovendien keek ze hem aan alsof hij een ordinaire leurder was.

Viktor wist niet waar hij het had. Had hij dit alles doorstaan om dan te ontdekken dat hij was voorgelogen? Hij staarde naar de modder op zijnn hagelwitte sportschoenen. Zijn vrienden hadden hem gewaarschuwd voor Tinderdates. ‘Voor je het weet, kom je terecht bij zo’n gekkin die tussen twintig kattenbakken woont,’ had zijn beste vriend smalend gezegd. Wat moest hij nu doen? Zeggen dat hij verkeerd gelopen was en teruglopen naar de auto?

‘Eh… Ik ben Viktor,’ had hij gestameld toen de vrouw hem doordringend aankeek.

‘Ja? Kom je wat verkopen of zo?’

Er volgde opnieuw gestommel in de gang.

‘Het is voor mij!’ schreeuwde iemand vanuit de verte.

De vrouw in de deuropening keerde zich in de richting van het geluid, zette verbaasd een stap opzij en ruimde zo baan voor haar jongere evenbeeld.

Viktor haalde opgelucht adem. Het behoefde geen uitleg dat de andere vrouw de moeder van zijn date was. Van zodra haar dochter de voordeur vulde, verdween de vrouw in een van de kamers.

‘Viktor!’ riep de jonge vrouw uit. ‘Oh nee, zat je net in die wolkbreuk?’

Viktor grijnsde als een boer met kiespijn. ‘Nee, ik dacht nog even te gaan zwemmen in de parkvijver.’

Ze lachte hartelijk met zijn flauwe mop. Haar neus rimpelde wat, waardoor de sproetjes op haar neus nog sterker uitkwamen. ‘Ik heb wel een zwak voor de eendjes in de vijver. Daar doe je me nu een beetje aan denken.’

Viktor bekeek haar bewonderend. Ze zag er exact uit zoals op haar foto. Lief, naturel, helemaal zijn type. En ze kon tenminste zijn humor appreciëren.

‘Zijn die voor mij?’ Ze wees naar de verpieterde bloemen in zijn hand.

Viktor keek er opgelaten naar. ‘Ja, sorry dat ik niets beter…’

‘Niet gek doen, tulpen zijn mijn lievelingsbloemen! Hoe wist je dat?’ Haar ogen straalden wanneer ze het waterige boeket overnam.

‘Gokje,’ antwoordde Viktor verlegen met een scheve grijns.

‘Kom toch binnen, dan kan je wat opwarmen. De ijsthee staat al klaar.’

Viktor schudde de druppels uit zijn haar en volgde haar wiegende heupen naar binnen. Dit kon wel eens een hele leuke date worden. Hij verzweeg dat zijn verkleumde botten eerder naar een hete koffie verlangden.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Stef Knops
een maand geleden

Geweldige verhaaltje geworden, blij dat je hebt laten overhalen door cindy

Cindy Adams
een maand geleden

Wauw!
Echt fantastisch ❤️