Brief uit het hiernamaals

Een aantal lezers gaven aan dat ze graag een vervolg wilden op 'De kilte van een zomernacht', omdat ze nog een opening voelden na het einde. Dat verraste me, want voor mij was die opening er niet. Ik wilde wel tegenmoet komen aan hun vragen, maar zag niet genoeg munitie in het verhaal voor een vervolg. Een andere auteur gaf me de tip een kortverhaal te schrijven. 
Dat vond ik een goed idee, maar het stelde me voor een nieuw dilemma. Ik wilde dat het ook op zichzelf kon gelezen worden, dus het moest spoilervrij zijn. Uitdagingen zijn er om aan te gaan. 
Hieronder kan je het kortverhaal lezen. Oordeel zelf of het me gelukt is!

De brief

Zoals elke ochtend sloft Patrick Cuypers naar de brievenbus. Het is onderdeel van zijn vast ritueel sinds hij met pensioen is. Hij knijpt zijn kamerjas strakker om zich heen, de herfst hangt in de lucht. Snel grabbelt hij de krant en een stapel brieven bij elkaar. Voor hij zijn pantoffels afveegt aan de deurmat gooit hij de stapel op tafel.
De geur van versgebakken brood komt hem tegemoet. Ria bakt plichtsgetrouw elke zaterdag verse broodjes, een gewoonte die ze sinds de geboorte van hun kinderen niet verloochent. Het beeld van hun zoon en dochter, kibbelend aan de ontbijttafel, schiet door zijn hoofd. Hij opent de krant, in de hoop de herinnering aan betere tijden te verdrukken.
Zijn ogen schieten langs het opsporingsbericht van een jong meisje, snel slaat hij de bladzijde om.
Ria verschijnt in de deuropening met het ontbijt. De geur van verse koffiebonen prikkelt zijn neusgaten. Ze schenkt hem een grote kop koffie in en vult vervolgens de hare.
‘Zat er iets in de brievenbus?’
‘De krant en een hoop facturen, zoals gewoonlijk. Als we moeten betalen, zijn ze altijd snel.’
Patrick graait een nog warme pistolet uit de broodmand, die Ria op de tafel zet. Een artikel over de nakende economische crisis vangt zijn aandacht.
Ria bladert door de enveloppes, meer uit gewoonte dan omdat ze hem niet gelooft.
Van tussen de stapel vist ze een cremekleurige envelop. Er staat geen geadresseerde, noch een afzender op.
‘Wat is dit?’ Ze houdt de envelop de hoogte in. 

Patrick kijkt op van zijn krant en fronst zijn wenkbrauwen. Waarom stelt ze toch altijd van die vragen waar hij het antwoord niet op weet?
‘Doe open, dan weet je het.’ Patrick concentreert zich weer op het artikel. Wie gaat dat geklooi van die politici weer betalen?
Een knal dringt in zijn oren, druppels warme koffie besmeuren de onderkant van zijn pyjama.
Hij springt op en kijkt Ria verschrikt aan. 

Haar koffiemok ligt in stukken over de vloer verspreid, bruine vegen besmeuren hun hoogpolige tapijt. Ria staat trillend in het midden van de chaos, met haar blik op de brief gericht, alsof ze een spook zag.
Patrick loopt op haar toe. ‘Lieverd, wat is er gebeurd? Wat heb je?’
Hij schudt voorzichtig aan haar schouders, ze reageert amper. Moet hij een ziekenwagen bellen?
‘Lee … Lees … zelf … maar.’
Met een arm onder haar elleboog helpt hij Ria plaats te nemen op een stoel. Hij neemt de brief van haar over en gaat naast haar zitten.

‘Beste meneer en mevrouw Cuypers, 


Ik nam onlangs een interview met jullie af voor mijn thesis. Ik schrijf jullie om twee redenen. Ten eerste ben ik niet helemaal eerlijk geweest. Dat verhaal over die thesis was een leugen. Het spijt me dat ik jullie om de tuin leidde. Ik wil jullie graag de waarheid vertellen en hoop dat jullie me zullen geloven. De reden waarom ik jullie bezocht, was omwille van Daniel, jullie zoon.
Daniel is heel bijzonder voor mij. Dat zal misschien vreemd in de oren klinken, gezien hij al zo lang dood is. Toch heb ik hem recent ontmoet. Hij vertelde me zijn verhaal en het raakte me meer dan ik ooit kan zeggen. Ik hoop dat jullie de rest van deze brief lezen met een open geest. Dit zijn Daniels woorden voor jullie. 

 

Dag pa, dag ma,

Ik besef dat het een schok moet zijn iets van mij te horen. Sorry dat het op deze manier moet, ik had het ook liever anders gezien. Ik wil jullie laten weten dat het naar omstandigheden goed met me gaat. Lisa is nog steeds bij me, ook zij heeft rust gevonden. We hebben eindelijk vrede met de manier waarop we aan ons einde kwamen. Dat is volledig te danken aan Lara. Dankzij haar zie ik weer licht in de duisternis.  Mocht je denken dat ze een loopje neemt met jullie verdriet, dan kan ik jullie geruststellen. Dit zijn wel degelijk mijn woorden.
Herinner je die dag dat ik bewusteloos op de grond in het toilet lag? Ik was vijf en moest een dringende darmoperatie ondergaan. Of die keer dat ik met mijn fiets tegen de brievenbus reed en er een minuscuul stukje van mijn tand afbrak? Het was amper zichtbaar, maar ma huilde omdat het mijn glimlach verpestte. Jullie mogen stoppen met treuren, lieve ouders. Er is leven na de dood. Ik zie jullie daar.

Daniel. 


Met bevende handen vouwt Patrick de brief weer dicht. Er trekt een dichte mist voor zijn ogen. Ria zit naast hem, eveneens met haar blik op oneindig. Hij neemt haar hand en wrijft afwezig over de ouderdomsvlekken op haar huid.
‘Wat denk jij hiervan?’ fluistert ze.
Patrick wrijft over zijn voorhoofd. ‘Ik weet het niet.’
‘Denk je dat dit een flauwe grap is?’
‘Ik weet niet wat ik moet denken. Hoe kan dat meisje al die details over Daniel weten?’
‘Zou het…’
De woorden struikelen over haar lippen. Patrick begrijpt haar zonder woorden en knijpt in haar hand. Een voorzichtige glimlach verschijnt op haar gezicht, door de tranen heen.
‘Wat een mooi geschenk,’ prevelt ze.
Patrick knikt en kust haar zacht. Hij drukt zijn voorhoofd tegen het hare. Zo blijven ze een tijdlang zitten, als twee versmolten wassen beelden.
Ria vouwt de brief een tweede keer open en herleest de tekst. Nadat ze klaar is, drukt ze hem tegen haar weelderige boezem.
‘Ik had al een vreemd gevoel bij dat meisje,’ zegt ze.
‘Het verhaal van die thesis was sowieso ongeloofwaardig. Er zijn genoeg recente overlijdens. Waarom de ouders interviewen van iemand die al zo lang dood is? Ze heeft ons mooi bij de neus genomen!’
Ria haalt haar schouders op. Er verschijnt een zachtheid in haar blik.
‘Denk je dat dat meisje … en Daniel… Wat zou ze bedoelen met dat hij bijzonder is voor haar?’
Patrick haalt zich de jongedame voor de geest. Een klein, pezig ding, met lange zwarte haren. Haar kledij deed hem wat aan die van Daniel denken. Hij glimlacht op zijn beurt.
‘We gaan het nooit weten.’
Hij omhelst zijn vrouw en knipoogt. ‘Kom, we gaan ontbijten.’
Ze eten in stilte en laten alles bezinken.
Nadat ze samen de tafel afruimen, trekt Patrick zich terug in de zetel met de krant.
Ria loopt de trappen op naar de bovenverdieping, opent de achterste kamer en neemt de ruimte in zich op. Alles is nog hoe hij het heeft achterlaten. Wekelijks poetst ze hier, alsof hij nog elke dag kan thuiskomen. Hetzelfde doet ze met de kamer van haar dochter Lisa.
Ze opent de kast en laat haar hand over de hemden en truien glijden. Ze kan zich maar niet herinneren waar ze zijn lievelingshemd gelaten heeft. Het is een spuuglelijk ding, met paarszwarte ruiten en letters op de rug, vergezeld van een doodshoofd met een piratenlap voor zijn oog. Daniel was er dol op. Ze heeft het niet meer gezien sinds…
Alle puzzelstukken vallen in elkaar.
Ze sluit de kast, grijpt zijn foto van de vensterbank en drukt er haar lippen op.
‘Tot ziens, lieve jongen.’


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.