Ze pesten de beste

Gepubliceerd op 15 juni 2018 11:44

Pesten: het blijft een onderwerp dat me nauw aan het hart ligt. Niet alleen omdat ik nu zelf mama ben, maar ook omdat ik er 15 jaar geleden zelf mee in aanraking kwam. Als ex-slachtoffer kan ik het moeilijk nalaten om hier iets over te schrijven.

Mensen die me nu kennen, zullen dat moeilijk vinden om te geloven. Maar ja, ik werd keihard gepest in het derde middelbaar. Ik kreeg allerlei mooie namen naar mijn hoofd geslingerd: harige dwerggeit, schurftkop... Om het af te maken kreeg ik op tijd en stond een stomp of duwden ze mijn hoofd in de emmer water waarmee ze het bord afveegden. Ik had gelukkig een belangrijke uitlaatklep: toneel. Als ik op de scene stond, veranderde ik letterlijk in een ander mens. Op school werd ik uitgejouwd, op toneel bejubeld. Ik kreeg er zelfs mijn eerste liefdesbrief. Uiteraard was die jongen verliefd op mijn personage, maar het was toch goed voor mijn zelfvertrouwen.
Het contrast tussen die twee werelden was immens. Gelukkig maar. Anders was ik er vast en zeker aan onderdoor gegaan.

Wat wil ik nu bereiken met dit verhaal? In de eerste plaats wil ik pesten bespreekbaar maken. Ik zweeg, omdat ik dacht dat het aan mij lag. Ik heb jaren over mezelf gedacht dat ik een lelijk meisje was. Ik zweeg ook uit angst dat het erger zou worden. Later, toen ik plots zelfzeker en populair was, zweeg ik uit schaamte. Uit schrik dat mensen me anders zouden bekijken. Dat ik niet meer die gezellige, feestvierende meid zou zijn. Alsof ik plots terug zou transformeren in dat stille meisje wiens lichaam maar niet wilde puberen. Maar het punt is dat we er als slachtoffer net voor moeten uitkomen.

Het probleem ligt niet bij ons, maar bij de pesters. Iedereen kan slachtoffer worden. Het heeft echt niks te maken met je pluizige haar, die idiote bril of een paar kilo’s te veel. Het zijn de pesters die moeten
veranderen. Het is gewone brute pech dat ze jou er net uitpikten. Zolang we pesten niet bespreekbaar maken en veroordelen, verandert er niets. Ik las onlangs een facebookreactie op een artikel over ‘de week tegen pesten’.

De persoon in kwestie vroeg zich af of we niet teveel aandacht geven aan dat pesten. Ik kan je al vertellen dat die persoon zelf wellicht nooit slachtoffer was. Anders zou hij weten dat er nog steeds te weinig aandacht is voor het thema. Ik voel me verantwoordelijk naar andere slachtoffers om mijn verhaal net wel te vertellen. Omdat ik een intelligente, succesvolle vrouw ben met een liefdevol gezin. En er dus hoegenaamd niets mis was of is met mij.
Ik denk dat andere slachtoffers zich daaraan kunnen optrekken wanneer ze in de spiegel kijken. En hopelijk beseffen ze dat er ook met hen niets mis is.

Aan ouders van een gepest kind wil ik meegeven: praat met je kind. Minimaliseer niet, maar luister. En zorg voor een uitlaatklep. Voor mij was dat toneel, maar het kan evengoed sport of een jeugdbeweging zijn. Zorg dat je kind zich ergens goed voelt en vrienden maakt los van de school. Zorg dat er nog een andere wereld is buiten dat hellegat waar hij of zij elke dag vernederd wordt. Dat het niet eenvoudig is om pesten aan te pakken, zal ik niet ontkennen. Ik neem mijn leerkrachten dan ook niets kwalijk. Ze wisten ook niet hoe ze het moesten aanpakken. Klasgesprekken of de pesters straffen helpt meestal niet. Pedagogische ondersteuning is enorm belangrijk. T
oen ik 5 jaar later als monitor in hun schoenen stond, besefte ik dat maar al te goed. Ik herinner me dat moment nog levendig.

Een moeder kwam naar me toe met tranen in haar ogen. Tranen van onmacht, want haar dochter werd gepest.
Ik vond dat uiteraard vreselijk om te horen. Maar net zoals mijn leerkrachten, had ik geen idee hoe ik
dat moest oplossen. Ik dacht er even over na en kwam tot de volgende conclusie: uiteindelijk gaat het enkel en alleen om imago. We moesten dus aan imagobuilding doen. Ik besloot mijn eigen imago als ‘hippe meid van 19’ in de waagschaal te gooien. Ik ontdekte dat het meisje en haar moeder buikdanslessen gaven in hun vrije tijd. Ik sprak het meisje daarover aan en zei: “goed, nu ga jij ons dat leren.” Ik liet haar danslessen en een dansoptreden organiseren.  De andere meisjes kregen inspraak over de muziek en attributen. En wonderwel werkte dat. Ze leerde ons die dag de basis, en ik zag haar zelfzekerder worden met de minuut. De andere meisjes wilden immers maar wat graag die nieuwe moves tonen aan hun vriendjes. We eindigden de dag met het optreden, met haar en mij op kop (en ik kan niet dansen). En de pestende jongens? Die keken met open mond naar dat kleine, frêle meisje dat zo prachtig kon dansen.

Uiteraard had ik ook gesprekken met die pesters, waarin ik benadrukte dat pesten echt niet kon. Maar tot op de dag van vandaag denk ik dat mijn andere actie meer effect had. De volgende dag kwam haar moeder opnieuw naar me toe. Dat ze zo blij was, dat haar dochter eindelijk een leuke dag had gehad. Ik weet nog hoe trots ik op mezelf was. De monitor en het gepeste meisje in mezelf straalden die dag. En wat bleek later: de aanstoker bleek stiekem verliefd op de kleine dansinstructrice. Hij voelde zich afgewezen en had er niks beter op gevonden dan te beginnen schelden en treiteren. En zo is mijn vorige punt weer bewezen: het ligt aan de pesters, niet aan het slachtoffer.


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.