Als de kat van huis is

Marianne zeeg neer op haar favoriete bankje in het park. Haar ogen gleden naar het sporthorloge rond haar pols. Niet slecht, dacht ze, beter dan de laatste keer. En dat ondanks de verzengende hitte. Ze speurde het park af; een jong stelletje zocht verkoeling onder de bomen, enkele wandelaars haastten zich van schaduwplek naar schaduwplek. Iets harig streek langs haar benen. Marianne schrok op. Met een doffe klap sprong iets naast haar op de bank. Twee groengele ogen in een wolk pluizig wit staarden haar nieuwsgierig aan. ‘Jij bent ook niet verlegen,’ zei Marianne en kriebelde de kat onder haar kin.

Ze liet een tevreden ‘prrr’ horen en vleide zich naast haar neer. Marianne aaide haar nieuwbakken gezelschapsdame en bestudeerde de lucht. De zon kleurde oranje rood aan de hemel. Dadelijk zou het donker worden. De warmte en het monotone gespin van de kat maakte haar loom. Haar oogleden voelden zwaar, ze sloot ze heel even. Alles leek veranderd wanneer ze haar ogen weer opende. Ze zag de wereld in tinten blauw en geel. Zelfs in de bomen en het gras was geen vleugje groen meer te bespeuren. Alles leek om de een of andere reden groter. Misschien had ze een hitteslag? Het was trouwens tijd om huiswaarts te keren. Ze rekte zich uit en schrok op. Twee harige witte poten strekten zich uit onder haar. Wat is dit, schreeuwden haar gedachten terwijl ze holderdebolder van de bank rolde en miraculeus op haar poten belandde. Van zodra ze van de schrik bekomen was, trok ze de enige logische conclusie. Het moest wel een droom zijn. Het duurde even voor ze evenwichtig op haar pootjes stond, maar al snel dartelde ze parmantig door het park, zoals enkel katten dat kunnen.

‘Psst, psst, kom eens hier.’ Een sjofel uitziende man met een stuk uit zijn hoed, probeerde haar te lokken. Ze stak haar neus hooghartig in de lucht. Je denkt toch niet dat ik me door jouw schurftige handen ga laten aaien? Ik dacht het niet. Marianne vond kat zijn wel leuk. Je kon lekker doen waar je zin in had en niemand legde je wat in de weg.

Ze schudde haar lijfje, er kriebelde wat in haar pels. Doelgericht hapte ze naar het insect dat in haar vacht verstrikt zat, maar miste telkens doel. Hoe loste een kat dit op? Juist ja, besloot ze en begon zich uitgebreid te likken. Het insect en een gigantische bol haar bleef aan haar tong plakken. Ze hoestte en proestte. Hoe houden die beesten dit vol?! Wat haar betrof was dit niet voor herhaling vatbaar. In ieder geval was ze van die vervelende verstekeling verlost. Ze liep verder. Het was intussen donker. In de verte zag ze een meisje op haar favoriete bank zitten. Ze sprong naast haar op de bank, net zoals de kat bij haar had gedaan. ‘Hey,’ sprak het meisje met zachte stem. ‘Wat ben jij lief.’ Haar vingertoppen streken langs haar slapen en over haar kopje. Dat was een leuk gevoel. Al gauw voelde ze het motortje in haar binnenste aanslaan. Ze begreep meteen wat katten hier zo leuk aan vonden.‘Dag schatje,’ klonk een zware stem van achter hen. ‘Geef die handtas maar aan mij.’

Marianne en het meisje keken op naar de bron van het geluid. Een breedgeschouderde gestalte in een hoodie torende dreigend boven hen uit. Enkel zijn stoppelbaard was zichtbaar. In zijn rechterhand had de man een vlindermes.‘Wa...wat?’ stamelde het meisje en stopte abrupt met Marianne te aaien. ‘Je hebt me wel gehoord. Handtas. Afgeven. Nu.’Er lag een duidelijke dreiging in zijn stem, het meisje trok lijkbleek weg. Een woede borrelde op in Marianne. Wat dacht die gozer wel? Dat hij zomaar onschuldige mensen kon aanvallen? Een vervaarlijk gehis ontglipte haar. Een hoongelach weerklonk door het park.

‘Ooh, heb je een vriendje meegebracht? Wat schattig,’ spotte de overvaller. Hij strekte zijn vrije hand uit om Marianne van de bank te duwen. Met een afgrijselijke schreeuw lanceerde ze zich. Haar nagels drongen diep in het gezicht van de man. in een reflex liet hij het mes vallen en probeerde haar van zich af te trekken. Pijnkreten ontvielen hem. Als finishing touch beet ze hard in zijn neus. Het meisje greep intussen haar handtas en nam de benen.

Uiteindelijk wrikte de man zich los en smeet Marianne tegen de bank. ‘Rotbeest!’ brulde hij. 
Ze kreeg de tijd niet om haar poten te zetten. De klap kwam hard aan, ze verloor het bewustzijn.

Marianne opende haar ogen. Haar sporthorloge gaf 23 uur aan. Verdorie, ze was in slaap gevallen. Ze keek rond, de witte kat was nergens meer te bespeuren. Snel zette ze een laatste jogtocht in naar huis. Wat een droom!

Eens thuisgekomen, schopte ze haar sportschoenen uit en draaide de douchekraan open. Ze veegde het zweet van haar voorhoofd en streek haar haren naar achter. Haar blik gleed over haar handen en haar ogen groeiden met de minuut. Was dat.... bloed… onder haar nagels?


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Marianne de vries
3 maanden geleden

Jaaaaaaa hij blijft geweldig. Nogmaals dankjewel voor het maken van dit kort verhaaltje met mij in de hoofd rol...